Het zaadje is geplant en mijn wortels zijn ontwikkeld. Een vaste, vertrouwde basis waarin ik genoeg voeding kreeg en kon groeien. Ik groeide zoals mijn ouders en mijn omgeving dat wilden. Structuur, voldoen aan de regels en lief zijn. Gewoon normaal. De takken van de boom groeiden recht omhoog, er was geen ruimte voor zijtakken van ongehoorzaamheid.
De boom groeide in een rechte lijn: school, verkering, werken, huis kopen, samenwonen, studies volgen, trouwen en kinderen krijgen. Ik wortelde dieper en dieper.
Maar diep in de aarde voelde ik dat er meer was. Mijn wortels hadden meer voeding nodig en mijn takken en bladeren meer licht. Ik raakte uitgeput. Altijd klaarstaan voor de kinderen, het werk en de ander. Er was geen ruimte om zelf te bloeien.



